15 mei 2002 Het werkplan 2001-2002 is nog steeds actueel. Vandaar dat het bestuur heeft besloten om het plan aan te vullen en niet in gewijzigde vorm aan de ledenvergadering aan te bieden. Wel zal het secretariaat van de VSO worden gevraagd de veranderingen die in het onderstaande worden weergegeven in het Werkplan over te nemen. De bijgewerkte versie ? Werkplan 2002-2003 geheten zal vervolgens op de VSO website worden geplaatst, zodat alle leden daar dan toegang toe hebben.
Toelichting Werkplan
1. Inleiding
Het bestuur is van mening dat met de introductie van de nieuwe website de verenigingsinterne informatie- en kennisuitwisseling verbeterd wordt. De nieuwe webmaster zal ook worden gevraagd om dit inzichtelijk te maken en daarover regelmatig te rapporteren naar bestuur en leden. Het tweede speerpunt ? het profileren op de markt van beleidsonderzoek ? is deels geëffectueerd. Benchmarking is van de grond gekomen, een begin is gemaakt met het organiseren van beleidsgerichte opleidingen en de samenwerking met de VBO wordt hechter. Van een gezamenlijk opdrachtnemerschap als VSO Netwerk Beleidsonderzoek Gemeenten is evenwel (nog) geen sprake.
In z?n algemeenheid geldt dat de VSO zich ook als meer naar buiten gerichte brancheorganisatie zal gaan ontwikkelen.
2. Trends in gemeentelijk beleidsonderzoek. De 8 gesignaleerde trends zijn nog steeds actueel.
3. Wat wil de vereniging bereiken in de periode 2002-2003? De drie doelstellingen zijn nog steeds van toepassing.
4. Informatie uitwisseling. De doelstellingen van de meeste platforms zijn nog steeds actueel. POP en WOP zijn in maart 2002 samengevoegd tot één onderzoeksplatform. Dit platform heeft het volgende doel:
- kennisuitwisseling bevorderen onde de VSO leden die direct of indirect te maken hebben met kwalitatief en kwantitatief onderzoek op het gemeentelijke terrein .
- Netwerkmogelijkheden tussen onderzoekers, die onderzoek op het gemeentelijk beleidsterrein verrichten, vergroten en stimuleren
Bij andere platforms is sprake van een aantal aanpassingen die te maken hebben met beleidsactualiteit, prioritering en effectiviteit. In het jaarverslag wordt hier nader op in gegaan. De volgende activiteiten zijn gerealiseerd: een succesvolle VSO-presentatiedag, een succesvolle workshop over beleid en onderzoek, een nieuwe en aantrekkelijke website en in relatie hiermee een afbouw van VSO-Post, de voorbereidng op een workshop over kennismanagement.
5. VSO Newterk Beleidsonderzoek Gemeenten
Het belang van benchmarking is geformaliseerd door de oprichting van het Platform Meetlat. Contactpersoon is Peer van der Helm. De gezamenlijke opdrachtenwerving is nog niet van de grond gekomen.
6. Kwaliteit
Op het gebied van opleidingen kan melding worden gemaakt van de door de VSO zelf georganiseerde cursus beleidsonderzoek en daarnaast door samenwerking met de VBO om een leergang beleidsonderzoek van de grond te tillen. Ten aanzien van personeelsmobiliteit heeft het bestuur een aantal algemene spelregels ontwikkeld. Op de website is meer informatie hierover opgenomen. Tot op heden is er nog nauwelijks resultaat geboekt.
Op het terrein van kwaliteitsborging volgt het bestuur de ontwikkelingen nauwgezet en zal relevante ontwikkelingen ook via de website doorgeven aan haar leden. Blijkens de discussies binnen platforms en werkgroepen wordt het kwaliteitsaspect voor onderzoeksbureaus zelf steeds relevanter en wel in twee opzichten: als kwaliteitsleverancier van onderzoek en informatie en als onderzoeker van kwaliteit bij externe opdrachtgevers.
Tot slot heeft het bestuur van de VSO een bestuursassistent aangetrokken, die ondersteuning aan het bestuur kan bieden met de uitwerking van het werkplan en die tevens als webmaster zal gaan fungeren. Door de aanstelling van een betaalde kracht hoopt de VSO zich verder te kunnen professionaliseren. Zij hoopt op die manier nog beter haar belangen vertegenwoordigende en service verlenende rol inhoud te geven. Zaken waar de individuele leden niet of onvoldoende aan toe komen.
7. Belangenbehartiging
De vertegenwoordiging vanuit de VSO in de diverse adviescommissies van het CBS lijkt formeel goed te zijn geregeld. In de praktijk blijkt alleen de participatie in het CARS (Cie. Van Advies voor Regionale Statistieken) zichtbaar te zijn.Het bestuur heeft het afgelopen jaar weinig gedaan aan PR-activiteiten naar buiten.
8. Vereniging, bestuur en secretariaat
In het afgelopen jaar is in toenemende mate een beroep gedaan op het secretariaat van de VSO. Dit heeft voor een deel te maken met de extra activiteiten die door leden en bestuur zijn ondernomen, voor een deel heeft het te maken met overheveling van eigen gemeentelijke activiteiten naar verenigingsbrede activiteiten.
Het bestuur van de VSO heeft het afgelopen jaar bezoeken gebracht aan nieuwe leden van de VSO, van de aangekondigde tweemaandelijkse werkbezoeken aan één van de leden is het tot dusverre niet gekomen.
De relaties met VBO en Marktonderzoekassociatie zijn versterkt. Gedacht kan worden aan: het ?boekenproject?, de ontwikkeling van een gezamenlijke gedragscode, participatie aan de werkgroep mededinging en aan de werkgroep opleidingsbeleid. In het jaarverslag wordt er uitgebreider op ingegaan.
Activiteiten en aanvullingen
Mede tegen de achtergrond van het bovenstaande wil het bestuur aandacht schenken aan de volgende activiteiten, met daarachter aangegeven wie het initiatief naar zich toe kan trekken:
- Activiteit Initiatief Ondersteuning
- Personeelsmobiliteit leden webmaster
- Gezamenlijke opdrachtwerving leden
- Vertegenwoordiging in CBS commissies bestuur en leden
- PR-activiteiten bestuur
- Verbreiding onderzoek-beleid leden bestuur
- Verbreiding kennismanagement leden bestuur
- Werkbezoeken leden bestuur
- Afstemming secretariaat-website bestuur
In het perspectief van de uitgesproken en neergelegde ambities van het bestuur zal in het komende jaar in de volgende activiteiten tijd worden geïnvesteerd:
1) Benchmark bureaus voor O&S ten aanzien van bedrijfsvoeringsaspecten (trekker Peer van der Helm)
algemeen
Benchmarking is het continu (meerdere malen) vergelijken van organisaties door middel van kengetallen (prestatie-indicatoren) teneinde effectiviteit en efficiëntie (doelmatigheid en doeltreffendheid) van de organisatie te vergroten. Binnen Benchmarking onderscheiden we verschillende vormen die een stempel drukken op de uiteindelijke uitkomsten, kwantitatieve methoden en kwalitatieve methoden. Uiteindelijk doel van Benchmarking is het vergroten van de leeroriëntatie van een organisatie.Uitgangspunten van Benchmarking zijn het in elkaar keuken kijken van organisatie om eventuele goede praktijken van de ?Best practice? zelf ook te kunnen gebruiken en niet meerdere malen het wiel hoeven uit te vinden. Voordelen van Benchmaking zijn daarnaast ook dat het management een beter inzicht in de cijfers van de eigen organisatie krijgt omdat ze worden vergeleken met andere (vaak gelijkwaardige) organisaties. Dit kan de traditionele interne procescultuur bij de gemeentelijke overheid doorbreken door een externe focus te introduceren en kan tevens dienen als een soort meetlat.
werkwijze
Om daadwerkelijk met benchmarken te beginnen dienen er eerst kengetallen voor de vergelijking te worden ontwikkeld. Vervolgens wordt begonnen met gegevensverzameling. Op grond daarvan wordt (liefst met met een rapportgenerator) een vergelijkend rapport gemaakt. Het rapport wordt uiteindelijk in zogenaamde vergelijkingskringen besproken en verbeterpunten en best practices geïdentificeerd. Verschillende gemeenten kunnen presentaties houden over mogelijke best practices.
kengetallen
Het ontwikkelen van kengetallen voor O&S bureaus binnen de VSO kan op verschillende manieren gebeuren. Belangrijk hierbij is eerst een keuze voor de uitgebreidheid en diepgang. Dit hangt samen met de kosten van het genereren van kengetallen, het verzamelen van informatie en het maken van
het vergelijkingsrapport.
Een eenvoudige Benchmark heeft aan circa 12 kengetallen meestal genoeg. Het INK-model voor organisatieontwikkeling (afgeleid van het Europese EFQM Execellence model) is een goed uitgangspunt voor deze ontwikkeling omdat dit model zowel kwalitatieve (Hoe?) als kwantitatieve (Hoeveel?) aspecten in zich herbergt. De verschillende aandachtsgebieden zijn:
- · Leiderschap
- · Medewerkers (P&O)
- · Strategie en beleid
- · Middelen
- · Processen
- · Waardering door medewerkers
- · Waardering door klanten en leveranciers
- · Waardering door de maatschappij
- · Eindresultaten
Middelen is binnen een O&S bureau meestal eenvoudig te operationaliseren met een vergelijking van het aantal fte en eventuele uitzendkrachten.
Een voorbeeld van een te ontwikkelen indicator op het gebied eindresultaten kunnen zijn doelmatigheidsindicatoren voor producten (bijvoorbeeld onderzoeken) zoals de kosten per product.
Een voorbeeld van waardering door medewerkers kan zijn de uitkomsten van een standaard medewerkeronderzoek met elkaar te vergelijken.
Voor het ontwikkelen van bovengenoemde indicatoren is het gebruikelijk dat een panel van deskundigen (klankbordgroep) de voorstellen beoordeeld, alvorens ze daadwerkelijk te
operationaliseren.
2) Participatie aan een Urban Audit (trekker Joke van Antwerpen)
De Europese Commissie heeft besloten om een vervolg te geven aan de Urban Audit. Het doel is betrouwbare en vergelijkbare gegevens te krijgen over de ontwikkeling van stedelijke gebieden in Europa. Na een eerste pilot in 58 Europese steden in 1999 waaraan voor Nederland Amsterdam en
Rotterdam deelnamen, is besloten het bereik van de UA sterk uittebreiden en te komen tot periodieke meting van gegevens. Voor Nederland is aan de volgende steden verzocht deel te nemen aan deze
nieuwe ronde van de UA: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Groningen, Tilburg, Arnhem, Enschede, Heerlen.
De coördinatie op nationaal niveau wordt uitgevoerd door het CBS in samenwerking met O+S Amsterdam namens de VSO (Vereniging voor Statistiek en Onderzoek).
Het CBS is primair aanspreekpunt voor Eurostat en O+S Amsterdam voor de steden. De verwachting is dat de uitvoering zal starten in september 2002.
Zodra meer bekend is over de tijdsplanning en de voorwaarden zal O+S Amsterdam de betreffende gemeenten informeren. Voor de start van de Urban Audit zal een VSO-werkgroep van de 10 steden
worden gevormd, gecoördineerd door O+S Amsterdam.
