Negatieve beeldvorming
De media en soms de oppervlakkigheid waarmee analyses van de misdrijffactoren worden gedaan spelen ook een rol in het ontstaan van negatieve beeldvorming. Bouman constateert dat de stad Dordrecht een grote stap heeft gezet om de veiligheid te verbeteren. De Dordtse bewoners hebben in een recent onderzoek van de gemeente Dordrecht de positieve veiligheidstrend bevestigd. Bouman: “Voor Dordrecht herken ik me niet in dat negatieve beeld en gelukkig geldt dat ook voor een groot deel van de Dordtenaren. In een recent onderzoek geeft 82 procent van de inwoners aan dat ze zich over het algemeen in de stad veilig voelen.” De vraag is volgens Bouman wiens beeld het is en op welke percepties of ervaringen het beeld wordt gebaseerd. Bouman: “We hebben een aantal jaren geleden in Dordrecht afgesproken minder nadruk te leggen op onveiligheid. Dat blijkt ook binnen de gemeentelijke organisatie niet altijd even gemakkelijk, maar volgens mij draagt het bij aan de negatieve beeldvorming. Als het beter gaat mag je dat zeggen, zonder je ogen te sluiten voor wat er allemaal nog beter kan. Natuurlijk vinden in elke stad misdrijven plaats die de sociale veiligheid beïnvloeden. Veel zaken houden verband met menselijk gedrag, verslaving, psychische problemen en korte lontjes. Als gemeente kan je je daar moeilijk tegen wapenen! Alleen met “roepen” kom je er natuurlijk niet. Je zal als stadsbestuur ook moeten laten zien dat je problemen serieus neemt en het zal gepaard moeten gaan met resultaten die inwoners zelf kunnen zien en ervaren. Maar minder accent op onveiligheid van beleidsmakers en bestuurders helpt volgens mij wel om het beeld te nuanceren en minder bijdrage te leveren aan de instandhouding van beelden die er nu blijkbaar zijn.”
Veiligheidsproblemen?
Soms is het lastig voor beleidsambtenaren om veiligheid als een beleidsthema af te bakenen. Men weet niet waar veiligheid begint en waar het moet stoppen om ruimte voor andere beleidsthema’s te geven. Bouman refereert naar de problematiek van verloedering in de wijk: “Natuurlijk kan verloedering van de openbare ruimte het veiligheidsgevoel beïnvloeden, zegt Bouman, maar is het daarmee een veiligheidsprobleem geworden? Ik zeg niet dat het probleem er daarmee niet is, maar je moet de vraag stellen of de oplossingen binnen het veiligheidsdomein liggen en of je iets als veiligheidsprobleem moet en wil definiëren.”
Samenwerking essentieel
Bouman: “We werken in Dordrecht al een aantal jaren met een programma veiligheid waarin we samen met de partners, zoals het Openbaar Ministerie en de politie, de accenten, doelstellingen, activiteiten en maatregelen hebben geformuleerd. De kracht van een veiligheidsprogramma zit niet alleen in de activiteiten of maatregelen die je wil uitvoeren maar in de manier hoe je de samenwerking in orde krijgt. De samenwerking met andere partijen en de onderlinge afstemming van activiteiten is zeker van essentieel belang.” Bouman noemt het voorbeeld van fietsdiefstalaanpak en hoe de inzet van verschillende partners een succesfactor is geweest voor deze aanpak. “De gezamenlijke aanpak om het aantal fietsdiefstallen in de stad terug te dringen is bijvoorbeeld behoorlijk succesvol geweest. Daarbij hebben we naast een gezamenlijke campagne met de Fietserbond afspraken gemaakt over controles van fietsen en de inzet van een zogenoemde lokfiets, maar ook over meer en betere stallingsmogelijkheden in de stad en de controle van opkoopregisters. Dat heeft zich onder meer terugvertaald en terugbetaald in de verzekeringspremie die Dordtenaren voor hun fiets betalen.” Een andere succesfactor is het geduld en de alertheid die uitvoeringsprofessionals in huis moeten hebben om de veiligheidsambities waar te maken. Volgens Bouman heeft dat te maken met ‘volhouden en elkaar aanspreken’. Bouman gelooft in doorzetten maar ook in heldere afspraken tussen betrokken instanties. ”Dat geldt voor concrete maatregelen, maar ook voor bijvoorbeeld de samenwerking in het veiligheidshuis. Een concept dat volgens mij veel potentie heeft, maar dat je er met elkaar wel uit zal moeten halen door het gezamenlijk verder te ontwikkelen, bij te slijpen en elkaar scherp te houden op ieders rol daarbinnen. Belangrijk hierbij is om gezamenlijk het probleem te verkennen en samen haalbare doelen te stellen. Op papier gaat dat altijd wat gemakkelijker dan in de praktijk. Het kost tijd en uithoudingsvermogen, maar is wel nodig om tot goede resultaten te komen.”
Dordrecht als voorbeeldstad
Wat andere steden van Dordrecht zouden kunnen leren kan Bouman niet eenvoudig beantwoorden. Iedere stad is volgens hem uniek. Bouman: “Elke stad heeft een eigen geschiedenis in vraagstukken en maatregelen die er in de loop van de tijd al zijn uitgevoerd of uitgeprobeerd. Klakkeloos kopiëren werkt volgens mij niet als het om dit soort type vraagstukken gaat. Een aanpak moet passen bij de stad en de partners/organisaties die het uitvoeren. Wat in de ene stad werkt kan in een andere stad heel anders uitpakken. Steden kunnen van elkaar leren door te kijken welke ‘oplossingen’ elders zijn gevonden en kritisch te kijken of je daar in de situatie van jouw stad iets mee kan. Soms zal je het vooral in repressie moeten zoeken, maar vaak gaat het om een mix van maatregelen en interventies. De Beke-aanpak is daar onder andere een goed voorbeeld van.”
Good practices
Bouman is tevreden over de instrumenten en de bevoegdheden van burgemeesters om de toename van veiligheid in de steden te waarborgen. Wel staat hij stil bij de vraag of ‘good practices’ overal toepasbaar zijn: “Waar het om gaat is dat je als stad de oplossingen kiest die binnen je stedelijke context passen. Ook kies je oplossingen waarvan je in die situatie resultaat verwacht. Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van veel partijen en van de inwoners zelf.” Volgens hem kunnen gewone burgers veel doen om het veiligheidsniveau van de stad te verbeteren. Bouman: “Door goed hang- en sluitwerk op de woning, hun voertuigen af te sluiten, geen waardevolle spullen in het zicht te laten liggen, alert te zijn in hun woonomgeving en af en toe eens stil te staan bij het eigen gedrag. Daar kan je als lokaal bestuur je inwoners op aanspreken. Door middel van campagnes proberen we zaken onder de aandacht te brengen. Dat zie ik bijvoorbeeld bij het Netwerk Dordt Veilig en de buurtvadergroepen, bewoners die in een aantal buurten toezicht houden en de vrijwilligers die zich inzetten bij buurtbemiddeling.”
Bron: Nicis Institute, Yassir Houtch
