Gemeenten spelen soms niet goed in op mogelijkheden voor inspraak van de burger. Regelmatig ontvangt de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, klachten van burgers over de manier waarop gemeenten met hen omgaan.Ze voelen zich genegeerd of vinden dat ze te laat worden betrokken. Ook klagen ze over gebrek aan informatie en hebben het idee dat de échte beslissing al lang genomen is, zonder hun betrokkenheid. Brenninkmeijer heeft met gemeenten tien spelregels opgesteld voor burgerparticipatie vanuit het perspectief van de burger. Voor het opstellen van de spelregels konden hun ervaringen laten weten via een meldpunt op de website van de ombudsman. Ook heeft hij gesproken met ambtenaren uit zes gemeenten en verschillende experts op het gebied van burgerparticipatie. De tien spelregels voor burgerparticipatie zijn dan ook toepasbaar op de dagelijkse praktijk. De belangrijkste maatregelen om ergernissen van burgers over inspraak en participatie te voorkomen zijn:
- Gemeenten moeten inbreng van de burgers serieus nemen.
- Gemeenten moeten beseffen dat burgers over veel kennis over de praktijk beschikken.
- Er moet gebruik gemaakt worden van de kennis en creativiteit van de burgers.
- Gemeenten moeten vooraf heldere keuzes maken over de manier waarop ze burgers bij besluitvorming willen betrekken. De keuzes moeten ze vervolgens op tijd aan de burgers kenbaar maken.
- Het goed informeren van de burger tijdens het participatieproces is van groot belang voor het slagen ervan.
De ombudsman heeft een rapport met de eisen voor behoorlijke burgerparticipatie overhandigd aan de Vice-voorzitter Commissie Bestuur en Veiligheid VNG, burgemeester H.J. Meijer van de gemeente Zwolle.