Publicaties

Studiedag over mobiliteit en bereikbaarheid 09 oktober 2003

Harry ten Caten, Bestuursinformatie en Onderzoek gemeente Eindhoven
Frans Winterwerp, Sociaal Geografisch Bureau gemeente Dordrecht
respectievelijk voorzitter en co-referator van en namens het VSO Platform Economie*

Samenvatting
Mobiliteit, en meer in het bijzonder de economische bereikbaarheid van steden is momenteel een ?hot item?. Ook wij als sociaal wetenschappelijke beleidsonderzoekers worden geacht daarover mee te denken. Niet in het minst doordat het als een belangrijk speerpunt staat vermeld in de monitor grotestedenbeleid. Redenen te over om ons (nog) wat meer te verdiepen in deze problematiek. In de onlangs door het VSO-platform Economie georganiseerde studiedag vormde dit dan ook het uitgangspunt voor nadere kennisuitwisseling. Om ons heel snel in te voeren in de materie werden we ondersteund door vier sprekers van respectievelijk de kennisdienst van Verkeer en Vervoer (AVV) en twee adviesbureaus die projecten hadden uitgevoerd op dit vlak. De dag werd besloten met, zoals men bij het VSO mag verwachten, interactieve workshops waarin de meningen werden gepeild over deze materie.
Wat in ieder geval bleek uit deze dag is dat er al veel kennis op zeer divers terrein is, we ons daar zeer bewust van moeten zijn en daar ons voordeel mee moeten kunnen doen. Maar ook dat de beleidseffectiviteit van een algemene indicator reissnelheid beperkt is. Er zal daarom altijd nog weer aanvullende lokaal specifieke kennisbehoefte blijven bestaan waarin zal moet worden voorzien. En dat ligt dan weer op ons bordje.


1. Inleiding
Vorig jaar, op donderdag 9 oktober om precies te zijn, heeft het VSO-platform Economie een studiedag over pendel en economische bereikbaarheid georganiseerd. Het ochtendprogramma stond in het teken van de beschikbaarheid van gegevens over verkeer, transport en pendel met sprekers van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat (AVV) en ETIN adviseurs. In het middagprogramma, waarbij ook de leden van het platform GSB aanwezig waren, stond de economische bereikbaarheid van steden centraal. Dit gebeurde allereerst aan de hand van een door Ecorys verzorgde presentatie naar aanleiding van het door hen opgestelde rapport "Monitor Stedelijke Bereikbaarheid". De middagsessie werd besloten met workshops die werden ingeleid door een co-referaat van ons eigen Platformlid Frans Winterwerp. In deze paper kijken we terug op deze, wat ons betreft geslaagde dag, aan de hand van korte impressies van de presentaties en de workshops en datgene wat verder ter tafel kwam. Maar, om te beginnen eerst iets over de aanleiding voor deze studiedag.

2. Aanleiding voor het thema
Mobiliteit, bereikbaarheid en economie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Economie schept zijn eigen mobiliteit in termen van woon-werkverkeer, zakelijk verkeer en goederenvervoer. Economische activiteiten kunnen niet goed functioneren zonder een adequate bereikbaarheid. Daarbij heeft elke soort economische activiteit zijn eigen bereikbaarheidsprofiel, afhankelijk van het type en de geografische reikwijdte van de activiteit. Komt die bereikbaarheid onder druk, dan betekent dat veelal extra (maatschappelijke) kosten en/of een suboptimaal functioneren. De maatschappelijke kosten van reistijdverliezen op het hoofdwegennet bedragen ruwweg 1 miljard euro per jaar en voor de secundaire en lokale wegen ligt de schade naar schatting in dezelfde orde van grootte (SCP 2003). Ondernemers klagen steen en been over de (verslechterende) bereikbaarheid van hun vestigingslocatie. Vooral de autobereikbaarheid van centrumlocaties krijgt van ondernemers doorgaans een mager rapportcijfer (Research voor Beleid 1999 en 2002), maar ook in zijn algemeenheid zijn veel ondernemers ontevreden ook de autobereikbaarheid van hun pand (zie ook Gemeente Eindhoven 2003). In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de bereikbaarheid verslechtert, met name in de Randstad, maar ook daar buiten. Zowel het woon-werkverkeer als het zakelijk verkeer is in toenemende mate problematisch (BCI 2002). Dat een goede bereikbaarheid van steden toch een economische conditio sine qua non is blijkt onder meer uit het zware gewicht dat Nyfer hieraan toekent bij het bepalen van de (vestigings)aantrekkelijkheidsindex van gemeenten: een maat voor de aantrekkelijkheid van gemeenten als woon- en werkgemeente (Nyfer 2003).

Alle reden dus voor een "bereikbaarheidsoffensief' en een GSB-doelstelling "vergroten bereikbaarheid economische activiteiten". Mobiliteit "mag weer", hetgeen zich weerspiegelt in de hoofddoelstellingen van het Rijk om de capaciteit van het hoofdwegennet en daarmee de autobereikbaarheid de komende jaren sterk te verbeteren (SCP 2003). De GSB-doelstelling sluit daar in feite op aan en beoogt de steden te stimuleren om ook hun steentje bij te dragen aan de verbetering van de (auto)bereikbaarheid van en binnen de steden.

Nu is mobiliteit en mobiliteitsonderzoek voor de meeste VSO-leden geen alledaagse koek. Vanuit onderzoeksactiviteiten en gegevensverzameling van derden is er echter wel heel veel informatie beschikbaar over dit onderwerp voor de steden, informatie die vanuit onze ervaringen ook niet altijd volledig bij de gemeentelijke verkeersafdelingen doorkomt. Het beter inzicht krijgen in en toegankelijk krijgen van deze kennis, de actualiteit van het onderwerp en de sterke relatie met de economie, en het naar buiten komen van voorstellen voor een Monitor Stedelijke Bereikbaarheid als meetinstrument voor de GSB-doelstelling "vergroten bereikbaarheid economische activiteiten" waren voor het Platform aanleiding voor het organiseren van deze studiedag. Daar komt nog bij dat dit thema als geen ander te lijden heeft van de ook momenteel nog zeer fragmentarische beleidsaanpak. Velen buigen zich over dit thema, zowel in de breedte (departementaal) als in de diepte (centraal ? decentraal) maar weten dat nauwelijks van elkaar. Deze dag moet dan ook worden gezien als een poging de discussie wat breder te trekken en er vanuit meerdere disciplines over van gedachten te wisselen. We hopen dan ook dat deze dag daar een bijdrage aan heeft kunnen leveren, hoe bescheiden ook. Kennisuitwisseling is immers datgene waar VSO voor staat.

3. AVV
Een zeer belangrijke speler op het gebied van mobiliteit is AVV, voluit de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat. Deze kennisdienst, deel uitmakend van het ministerie van Verkeer en Waterstaat onder het Directoraat-generaal Rijkswaterstaat, ?zet zich ervoor in dat zoveel mogelijk mensen en goederen binnen Nederland veilig over (vaar-, spoor-)wegen verplaatst kunnen worden met zoveel mogelijk behoud van leefbaarheid?. Uit de presentatie bleek onder meer dat het AVV een schat aan informatie heeft, ook op lokaal niveau, die ook voor onderzoeksafdelingen van gemeenten van nut kan zijn. Grofweg is er een indeling te maken in
1. ?basisinformatie? (vooral gericht op het inwinnen, verwerken en analyseren van verkeers- en vervoergegevens);
2. ?personen- en goederenvervoer? (vooral gericht op informatie over verplaatsingsgedrag met als bekend voorbeeld het voormalige, door CBS uitgevoerde ?Onderzoek Verplaatsingsgedrag?, kortweg aangeduid als OVG) en
3. ?Weg, spoor en water?.

Inmiddels is het OVG stopgezet en hiervoor in de plaats moet het ?Mobiliteitsonderzoek Nederland?, afgekort als MON, in de kennisbehoefte voorzien. Daarbij wordt de aansluiting gezocht met regionale partners die ook behoefte hebben aan dergelijke informatie voor hun gebied. Onderhoudt AVV al nauwe banden met diverse verkeerskundigen van gemeenten via het kennisplatform Verdi, steeds meer dringt het besef door dat kennis ook in bredere zin, dus ook via meer disciplines, moet worden uitgewisseld.
Een specifiek thema werd er nog uitgelicht in de presentatie en dat betrof monitoring. Ingegaan werd op de betekenis en invulling die AVV geeft aan dit onderwerp en dan specifiek toegepast op beleid. Oftewel, in de AVV visie gaat het bij de monitoring vooral om de vraag of beleid werkt. Een praktijkvoorbeeld vormt de ?Verkeer en Vervoer Monitor? waarin de nadruk ligt op het zichtbaar maken van kennis en informatie op een uniforme wijze (voor verschillende gebieden). Dubbel werkt dient te worden vermeden en er ligt een duidelijk accent op de harmonisatie van definities en methodiek. Data die zijn terug te vinden in deze monitor moet onder andere komen uit MON. Daarnaast betreft het data over goederenstromen, (verkeers)veiligheid, verkeersintensiteiten (waaronder files), maar ook werkgelegenheid, demografie en politiek.

Tot slot werd nog ingegaan op de mogelijkheden die OVG en diens opvolger het MON biedt voor het in kaart brengen van de economische bereikbaarheid van de GSB-steden aan de hand van berekende gemiddelde reissnelheden voor verschillende modaliteiten, zowel in de ochtend- als avondspits. Een en ander is nog verder uitgewerkt in een recent rapport (AVV 2003), waarin nog eens wordt bevestigd dat MON voor het in beeld brengen van een algemene indicator reissnelheid (zie 5.) op zich goed bruikbaar kan zijn.

4. Pendel
Een duidelijk voorbeeld van de wisselwerking tussen economie en mobiliteit vormt pendel, het verkeer dat wordt gegenereerd door mensen die zich van hun woonplaats naar hun werk verplaatsen. In de door ETIN adviseurs verzorgde presentatie werd vooral ingegaan op een praktijkvoorbeeld van een pendelstudie. Het betrof een pendelonderzoek voor de provincie Noord-Brabant waarbij uitspraken mogelijk moesten worden hoe er vanuit verschillende (Brabantse) gemeenten, met welke vervoersmodaliteiten, door mensen met verschillende opleidingsachtergronden dagelijks wordt gependeld. Een belangrijke randvoorwaarde was verder nog dat de informatie goed en vooral ook gebruiksvriendelijk moest kunnen worden ontsloten.

Om dit alles mogelijk te maken werd een nieuw concept ontworpen waarbij diverse informatiebronnen werden gecombineerd. De belangrijkste daarvan waren OVG (van drie jaren om een betere vulling te kunnen garanderen) voor met name de woon-werkstromen, de Enquête Beroepsbevolking (EBB) voor de nadere bepaling van de omvang van de werkende beroepsbevolking op lokaal niveau en een door ETIN adviseurs zelf samengestelde Scan Arbeidsmarkt (SCARB). Met behulp van deze drie bronnen werd de pendelmatrix vastgesteld waarmee inzicht wordt verschaft over de woon-werkstromen per gemeente in, vanuit en naar Noord-Brabant. Daarbij wordt nog een onderscheid gemaakt naar opleidingsniveau en modal split. De uitkomsten hiervan dienen vooral ter onderbouwing van regionaal beleid voor economie en verkeer & vervoer.

Hoewel deze pendelmatrix zich toespitst op de Brabantse situatie betekent dat niet dat deze methode ook niet elders toegepast kan worden. Inmiddels is er dan ook een landelijke pendelmatrix samengesteld maar deze beperkt zich tot het regionale niveau (gebaseerd op COROP-gebieden). Of dit landelijk ook op lokaal niveau kan worden gemaakt hangt onder meer af van de uiteindelijke ?vulling? van het MON. Immers, naarmate er meer waarnemingen zijn kunnen ook op lager geaggregeerd niveau betrouwbare uitspraken worden gedaan. Kortom, de kwaliteit en kwantiteit van de basisinformatie zoals die uit MON is te halen is dan ook van wezenlijk belang voor verdere uitwerkingen waarvan een goed ontsloten pendelmatrix een prima voorbeeld vormt.

5. Monitor Stedelijke Bereikbaarheid
De presentatie van Ecorys stond in het teken van het rapport ?Monitor Stedelijke Bereikbaarheid?. Deze monitor is ontwikkeld om ontwikkelingen op de GSB-doelstelling ?vergroten van de bereikbaarheid van economische activiteiten? te kunnen volgen. Op basis van verscheidene theoretische overwegingen, technische mogelijkheden en consultatie van deskundigen van steden, stadsgewesten en Rijk is gekozen voor reissnelheid als centrale indicator voor de bereikbaarheid van economische activiteiten. Een belangrijke overweging hierbij is dat de gemiddelde reissnelheid bij uitstek iets zegt over de prestaties van het verkeer- en vervoerssysteem van een stad (Ecorys 2003). Bovendien biedt deze indicator de mogelijkheid om verschillende modaliteiten en verschillende trajecten met elkaar te vergelijken. Daarnaast is de indicator reissnelheid ook bruikbaar om inzicht te geven in de stedelijke distributie van goederen. Goederenverkeer maakt immers van dezelfde infrastructuur gebruik als personenverkeer. Bij dit alles beoogt de Monitor Stedelijke Bereikbaarheid, omdat het functioneren van het hoofdwegennet al systematisch wordt gemonitord, vooral zicht te krijgen op het functioneren van het onderliggende, binnengemeentelijke wegennet.

Om recht te doen aan de doelstelling ?vergroten bereikbaarheid van economische activiteiten? is het voorstel van Ecorys om de gemiddelde reissnelheid van een aantal woonwijken naar de binnenstad en een of meerdere werklocaties, per auto, fiets en openbaar vervoer, als objectieve indicator te hanteren. Deze objectieve informatie zou in de ogen van Ecorys moeten worden aangevuld met subjectieve informatie over de stedelijke bereikbaarheid gebaseerd op burgerenquêtes.

Ten aanzien van de technische uitwerking van de indicator reissnelheid is in overleg al een aantal keuzes gemaakt (drie modaliteiten, deur-tot-deur, tot aan de ?navel? van de binnenstad, herkomstgebieden op basis van de dikste verkeersstromen, twee afstandsringen), maar staat ook nog een aantal keuzes open. Het gaat daarbij onder andere om het tijdstip van meten en de afstand van de buitenste ring. Daarover en over de te gebruiken meetmethode zullen de komende tijd nadere afspraken worden gemaakt.

6. Discussie
De discussie werd kort ingeleid door een kort co-referaat van Frans Winterwerp over zaken die je tegenkomt bij het denken over zinvolle bereikbaarheidsindicatoren. Dit co-referaat mondde uit in een viertal stellingen, die in kleinere groepen werden bediscussieerd. Deze discussie leverde onder andere de volgende noties op:
? De stelling "vanwege de centrumfunctie van de meeste GSB-steden is de externe bereikbaarheid voor de versterking van de economische concurrentiepositie van de stad groter dan de interne bereikbaarheid" werd onderschreven en vertaald in een grotere signalerende waarde van metingen van de reissnelheid vanuit de buitenste afstandsring (5-15 km) dan vanuit de binnenste (1-5 km).
? Met de objectieve indicator reissnelheid is op zich een goede poging gedaan om "het begrip bereikbaarheid van economische activiteiten tot een eenduidig begrip te operationaliseren". Uit de discussie kwam naar voren dat dit echter op zich nog niets zegt over de gebruiksmogelijkheden van zo'n bereikbaarheidsindicator. De uitdaging is om in elk geval ook de subjectieve indicator adequaat te operationaliseren. Daarvoor zou je niet alleen de lokale bevolking moeten bevragen, maar ook en vooral de mening van bezoekers, personeel en ondernemers mee moeten nemen. Een enquête onder de regionale bevolking geniet in elk geval de voorkeur boven een enquête onder alleen de lokale bevolking. Immers, bezoek en pendel van buiten de gemeente is veelal aanzienlijk. Bovendien is pendel in veel gevallen één van, zo niet de belangrijkste oorzaak van congestie en belemmert daarmee de bereikbaarheid.
? De gebruiksmogelijkheden van de bereikbaarheidsindicator "gemiddelde reissnelheid" lijken beperkt. Doordat steden qua ruimtelijke opbouw erg van elkaar verschillen zijn verschillen in gemiddelde reissnelheden moeilijk te duiden. De indicator geeft geen of onvoldoende inzicht in de effecten van beleid gericht op het terugdringen van het autogebruik of de verbetering van de bereikbaarheid van specifieke werklocaties. Uiteraard kan het wel de relatieve ernst van de problematiek duiden (de ene stad is nu eenmaal beter dan wel slechter bereikbaar dan de andere stad)

Kortom, er zijn diverse redenen aan te voeren die pleiten voor de totstandkoming van een Monitor Stedelijke Bereikbaarheid. Dit neemt niet weg dat er een grote mate van scepsis bestaat over de zin en mogelijkheden van een dergelijk instrument. Bovendien zal er zeker kritisch moeten gekeken naar de gebruiksmogelijkheden van het MON, die gaan en staan bij een voldoende hoeveelheid bruikbare waarnemingen op lokaal niveau.

7. Hoe verder?
Onze conclusie is dat de beleidseffectiviteit van de indicator reissnelheid zoals geoperationaliseerd in de Monitor Stedelijke Bereikbaarheid als instrument voor het meten van effecten van gerichte beleidsinspanningen van gemeenten om de bereikbaarheid van bepaalde concentraties van economische activiteiten te verbeteren, gering is. Het ziet er naar uit dat gemeenten voor dit soort effectmetingen, ondanks een Monitor Stedelijke Bereikbaarheid, ook in de toekomst eigen aanvullend onderzoek zullen moeten blijven verrichten. Daar ligt dus een rol voor de gemeentelijke onderzoeksbureaus. Maar, er is, zo menen wij, ook duidelijk een rol weggelegd voor ons onderzoekers om alert te blijven op de kennis en informatie die kan worden verkregen van derden zoals AVV en de mogelijkheden die participatie in hun gegevensverzameling voor de gemeenten bieden.


Literatuur

? AVV (2003), Monitor Stedelijke Bereikbaarheid met het OVG, Rotterdam
? BCI (2002), Bereikbaarheid van economische centra in Nederland, i.o. EZ, Den Haag
? SCP (2003), De sociale staat van Nederland 2003, Den Haag
? Ecorys (2003), Monitor Stedelijke Bereikbaarheid, eindrapport, Rotterdam
? Gemeente Eindhoven (2003), Tevredenheidsonderzoek Eindhovens Ondernemingsklimaat, Eindhoven
? Nyfer (2003) Atlas voor gemeenten, Breukelen
? Research voor Beleid (1999), Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat, thematische rapportage, Leiden
? Research voor Beleid (2002, Benchmark Gemeentelijk Ondernemingsklimaat, tussenmeting, Leiden


* Met dank aan de sprekers op de studiedag:
Ir. Henk van Evert (clustermanager personenvervoer AVV)
Ir. Robert Hijman (projectleider Hoofdafdeling Basisgegevens AVV
Drs. Marcel van der Westerlaken (senior adviseur ETIN adviseurs)
Drs. Bart Witmond (senior adviseur ECORYS-Kolpron)

 

 


25 september 2003

Verslag Platform Economie 25 september 2003 te Breda (Stadskantoor)

Aanwezig:
Harry ten Caten - Eindhoven
Ton van der Linden - Breda
Jaap van Rossum - Alkmaar (notulen)
Marn van Rhee - Rotterdam/contactpersoon namens bestuur VSO
Maureen van Beers - Tilburg
Ester Hilhorst - Amersfoort
Frans Winterwerp - Dordrecht
Bram Verhoef - Nijmegen
José Nieuwenstein - Arnhem
Hans van Hastenberg - Utrecht

Afwezig:
Geert Verschuren - Bergen op Zoom


1. Opening

2. Kennismakingsrondje
Drie nieuwe leden hebben zich bij het Platform Economie aangemeld: Bram Verhoef, José Nieuwenstein en Hans van Hastenberg.

3. Verslag 26 juni 2003
- N.a.v. de inventarisatie onder VSO-leden van economische onderzoeksprojecten en de rapportage hierover: er komt binnenkort een nieuwe VSO-website, waarop leden zelf gegevens over hun bureau e.d. kunnen toevoegen.
- Cijfers van de EBB (beroepsbevolking) blijken niet altijd in overeenstemming te zijn met cijfers uit andere bronnen (gemeente, CWI). Platformleden wordt verzocht voorbeelden hiervan uit de eigen werkervaring te inventariseren. Harry en Marn zullen dit probleem dan aan de hand van deze voorbeelden aankaarten op de CBS-dag op 11 november a.s.
- Lidmaatschap van VSO-leden van diverse CBS-commissies is voorlopig niet aan de orde, omdat deze CBS-commissies: binnenkort ?op de schop? gaan.
- In overleg met de betrokkenen vervalt het lidmaatschap van het Platform Economie van Gerard de Rijk (Almere) en blijft het lidmaatschap van Geert Verschuren gehandhaafd.

4. Studiedag
- Aantal aanmeldingen ochtendprogramma bedraagt 24 (excl. ±10 platformleden en 5 sprekers); totaal ±40.
- Aantal aanmeldingen middagprogramma bedraagt 35 (excl. ±10 platformleden en 5 sprekers) totaal ±50.
- Deelnemers ontvangen per e-mail vóór de studiedag: bevestiging, aanduiding plaats en tijd, programma en de Monitor Stedelijke Bereikbaarheid. Actie: Ester.
- Indien sprekers hun medewerking aan de studiedag om niet verlenen, ontvangen zij een VSO-relatiegeschenk en een boekenbon. Actie: Marn.
- Middagprogramma: 4 groepen waarin de vier stellingen van co-referator Frans Winterwerp worden bediscussieerd, iedere groep discussieert uitgebreid over één stelling en kort over de drie overige stellingen. De vier voorzitters zijn: Frans Winterwerp, Ton van der Linden, Maureen van Beers en Hans van Hastenberg.
Frans stuurt zijn co-referaat tevoren op aan de platformleden.
- Er komen naamkaartjes voor de deelnemers, een deelnemerslijst, technische hulpmiddelen (beamer, notebook, flapovers, overheadprojector; Harry informeert bij de sprekers welke apparatuur zij nodig hebben). Actie: Ester.
- Er zullen op de studiedag foto?s worden gemaakt t.b.v. van een powerpointpresentatie over de studiedag op de VSO-presentatiedag. Actie: Jaap.

5. Wat verder ter tafel komt
- Items voor volgende studiedag en/of platformbijeenkomsten:
§ Passantenstromen/binnenstadsmonitor
§ Arbeidsmarkt/werkloosheid
§ DIS/Locatus
§ Economische effecten van (nieuwe) bedrijfsvestigingen

- VSO-presentatiedag
Het Platform Economie zal zich als volgt presenteren op deze dag:
1. het schrijven van een paper n.a.v. van de studiedag over pendel en economische bereikbaarheid (samenvatting van de bevindingen op de in oktober 2003 gehouden studiedag) (actie: Harry en Frans);
2. een powerpointpresentatie over de doelstellingen en activiteiten van het Platform Economie met o.a. ook aandacht voor voornoemde studiedag (actie: Marn en José).

6. Sluiting


Volgende vergadering Platform Economie: 15 januari 2004, 10.00 -12.00 uur, Rotterdam (Goudsesingel 78)

 

Verslag Platform Economie 26 juni 2003 te Breda
26 juni 2003

Aanwezig:
Harry ten Caten - Eindhoven
Ton van der Linden - Breda
Marn van Rhee - contactpersoon VSO-bestuur
Frans Winterwerp - Dordrecht
Ester Hilhorst - Amersfoort (notulist)

Afwezig:
Jaap van Rossum - Alkmaar
Gerard van Rijk - Almere
Geert Verschuren - Bergen op Zoom
Maureen van Beers - Tilburg

1. Opening

2. Verslag Platformbijeenkmost van 23 april 2003
Dit verslag wordt vastgesteld

3. Voorbereiding Studiedag

Studiedag Pendel en economische bereikbaarheid
Door Platform Economie van de VSO

Uitgangspunten
Datum: Donderdag 9 oktober 2003 (reserve-datum dinsdag 7 oktober)
Plaats: Amersfoort (eventueel Eindhoven)
Kosten deelname: Gratis
Doelgroep: Gemeentelijke onderzoekers met werkterrein Economie, Verkeer en GSB
Verwachte opkomst: 40 tot 70 personen, afhankelijk van de opkomst van het GSB- platform.
Idee: Studiedag laten samenvallen met de een bijeenkomst van het GSB- platform. Het GSB-platform heeft dan ?s ochtends haar eigen programma en schuift aan bij het middagprogramma van de Studiedag.
Gemaakte kosten: voor rekening VSO (koffie, thee, cake, lunch, borrel). Streven naar geen kosten voor zaalhuur, bij onvoldoende ruimte in het Stadhuis van Amersfoort is uitwijking naar De Observant (waar wel kosten aan verbonden zijn) mogelijk.
Aanmelden: vóór 18 september via mail, aangeven hele dag of alleen middaggedeelte (inclusief lunch).
Dagvoorzitter: Harry ten Caten
Middagvoorzitter: eventueel dhr. Abelen
Discussievoorzitters: leden platform Economie
Programma:
9.30 uur ontvangst met koffie, thee en cake

10.00 uur welkom door Harry ten Caten
10.10 uur spreker AVV over gegevens van AVV-personenvervoer
10.30 uur spreker AVV over monitoring door AVV
10.50 uur gelegenheid tot stellen van vragen

11.00 uur koffiepauze

11.15 uur spreker ETIN over pendelstromen-onderzoek
11.45 uur gelegenheid tot stellen van vragen

12.00 uur lunchpauze in het bedrijfsrestaurant

13.15 uur nieuw welkomstwoord voor GSB-platform-leden (eventueel) en
introductie van het middagprogramma door Harry ten Caten of door dhr. Van Abeelen (opdrachtgever bereikbaarheidsmonitor GSB vanuit AVV)
13.30 uur spreker Ecorys over de bereikbaarheidsmonitor GSB
14.00 uur co-referaat door Frans Winterwerp met 4 of 5 stellingen als inleiding op de discussie, uitleg van de bedoeling van de discussie
14.30 uur discussie in vier groepen a.h.v. 4 of 5 stellingen. Discussieleiders zijn de leden van het Platform Economie. Iedere groep begint met een andere stelling. Idee om de discussie op gang te helpen: De eerste stelling starten door zoveel mogelijk voor- en tegenargumenten in sub-groepen te verzinnen. Dan de stelling doorspreken met de hele discussiegroep. Dan doorgaan naar de volgende stelling en die op de ?standaard?-manier bespreken.
Koffie en thee is aanwezig in de discussie-ruimten
15.30 uur Plenaire afsluiting
- terugkoppeling door de vier discussiegroepen
- reactie Ecorys
- reactie dhr. Van Abeelen
16.15 uur Borrel in het bedrijfsrestaurant

Actiepunten:
· vastleggen sprekers, inclusief dhr. Van Abeelen Harry
· contact met GSB-kerngroep over afstemming datum Marn
· zaal, lunch, borrel, koffie, thee, cake Ester
· uitnodiging opstellen Harry
· aankondiging op de VSO-site via Stephanie Harry
· adressen GSB-platform Ton
· adressen onderzoekers economie en verkeer Harry
· versturen uitnodiging via mail Harry
· discussie en coreferaat voorbereiden Frans

4. Inventarisatie VSO-leden (en eventueel uitbreiding Platform)
De vragenlijst over economische onderzoeksprojecten (de rapportages en contactpersonen) is door bijna alle gemeenten ingevuld. Harry wacht alleen nog op Den Haag en Zwolle.
Actiepunten:
· Harry maakt een verslagje van de inventarisatie, waaruit duidelijk wordt bij welke gemeenten en bij welke onderwerpen het zwaartepunt ligt als het gaat om economisch onderzoek.
· Harry stuurt het excel-bestand naar de leden van het platform.

We willen de inventarisatie ook beschikbaar stellen via de VSO-site met als doel onderlinge uitwisseling van kennis. Hoe doe je dat? E-mail-adressen wel of niet erbij i.v.m. aquisitie? Hoe rapporten raadplegen? Opvragen bij de betreffende contactpersoon, in PDF via een mailtje aan VSO toegestuurd krijgen (net als ABF)?
Maar op de nieuwe site van de VSO komt ook iets dergelijks. Wanneer zal dat zijn? We willen daar niet te lang op wachten. Harry wil zijn opgedane ervaringen best delen met de VSO-webredactie.
Actiepunt:
· Ester sluit kort met Marc van Acht, webredactie van de VSO

We willen het platform uitbreiden. Eerst geleidelijk. Maar als de groep groot wordt en als de studiedagen blijken te voorzien in een behoefte, dan opsplitsen in een platform en een kerngroep (waarbij het huidige platform een kerngroep wordt).
Actiepunten:
· Harry benadert Arnhem, Nijmegen en Utrecht o.b.v. inventarisatie voor deelname
· Harry vraagt aan Gerard de Rijk of hij nog interesse heeft voor deelname
· Ton vraagt aan Geert Verschuren of hij nog interesse heeft voor deelname

5. Wat verder ter tafel komt
Marn wijst op de presentatiedag van de VSO op 22 april 2004. De vraag is of wij ons ook als platform willen presenteren in een paper, presentatie, posterpresentatie of stand.
Actiepunt:
· Iedereen denkt hierover na voor de volgende vergadering

Harry heeft een rapport geschreven, getiteld ?Eindhoven en omgeving. De sociaal-economische vervlechting van Eindhoven?.

Ester heeft op internet (www.locatus.nl) een rapport gevonden over de invloed van nieuwbouw-winkels op passantenstromen.

Frans wijst op de Rabobank-site, waar een rapport staat over de invloed van toerisme op de lokale economie en waar regio-analyses staan.

Ton brengt een rapport van EIM in, waarin een model gepresenteerd staat waarmee op sectorniveau economische voorspellingen gedaan kunnen worden. EIM heeft dit op landelijk niveau uitgevoerd, wil ook naar lagere schaalniveaus en vraagt naar onze informatiebehoefte. Het platform wil hier wel graag van op de hoogte zijn maar heeft zelf geen informatiebehoefte.

Frans vindt het onderwerp Passantenstromen en Consumentengedrag een goed thema voor een volgende studiedag. De anderen onderschrijven dit. Voorbereidingen voor de volgende studiedag starten na de studiedag over pendel en bereikbaarheid. Deze zou na de VSO-presentatiedag van april 2004 plaats moeten vinden.

Frans vraagt of de anderen ook vinden dat de EBB-cijfers op gemeentelijk niveau onbetrouwbaar zijn. Dit wordt geaamd. Marn meldt dat er binnenkort een bezoek aan het CBS voor 100 VSO-leden op het programma staat. Dit punt zou dan ingebracht kunnen worden. In de CBS-commissies zitten nu geen VSO-leden meer. Het zou goed zijn als iemand van ons platform ook in de CBS-commissie economie zou zitten.

6. Sluiting


Volgende vergadering: donderdag 25 september, 14.00 ? 16.00 uur in Breda

 

Verslag Platform Economie 23 april 2003 te Breda (Archiefdienst)
23 april 2003

Aanwezig:
Harry ten Caten - Eindhoven
Ton van der Linden - Breda
Jaap van Rossum - Alkmaar (notulist)
Marn van Rhee - contactpersoon vanuit bestuur VSO
Maureen van Beers - Tilburg

Afwezig:
Ester Hilhorst - Amersfoort
Gerard van Rijk - Almere
Geert Verschuren - Bergen op Zoom
Frans Winterwerp - Dordrecht


1. Opening

2. Verslag platformbijeenkomst van 12 februari 2003
Dit verslag wordt vastgesteld.

3. Inventarisatie economische onderzoeksprojecten VSO
Harry ten Caten doet verslag: van de 65 benaderde gemeenten hebben er 37 gereageerd. De resultaten zijn gerangschikt naar de thema?s: binnenstad, arbeidsmarkt, vastgoed, verkeer en vervoer, sociaal-economische positionering, vestigingen- of bedrijvenregister en overig.
Een kleine selectie van gemeenten die nog niet hebben gereageerd, wordt nogmaals benaderd. Er komt een kort verslag op de VSO-site (overzicht gemeenten per thema).

4. Themadag Platform Economie
Onderwerp van deze dag: pendel en economische bereikbaarheid.
Besloten wordt sprekers van drie (vier) organisaties uit te nodigen:
· AVV (Adviesdienst Verkeer en Vervoer): Onderzoek verplaatsingsgedrag (OVG)
· ETIN Adviseurs: Pendelonderzoek Noord-Brabant
· Ecorys: Economische bereikbaarheidsmonitor
· (PM: SGBO: Benchmark parkeerbedrijven)

Harry ten Caten en Ton van der Linden nemen contact op met AVV, ETIN en Ecorys; Marn van Rhee met SGBO.

Workshop(s): nader vast te stellen in overleg met de sprekers.

Datum: eind september; plaats: Amersfoort

Uitnodigen: alle VSO-leden die aan de inventarisatie hebben deelgenomen en de leden van het GSB-Platform. Verkeerskundigen van de gemeenten zijn in beginsel ook welkom.

5. Presentatie Bedrijvenenquête Breda
Ton van der Linden presenteert aan de hand van sheets een aantal resultaten van de in Breda gehouden Bedrijvenenquête 2002.

6. Rondvraag
Aan de hand van de inventarisatie zal nagegaan zal worden of er potentiële kandidaten zijn onder VSO-leden ter versterking van het Platform Economie.

7. Sluiting

Volgende vergadering Platform Economie: 26 juni 2003, 14.00 uur-16.00 uur, Breda

naar boven ^