Marjolein van Asselt bracht ons bij dat pas vanaf de Renaissance het begrip ?toekomst? een rol is gaan spelen, met als meest bekende exponent de ?Utopia? van Thomas Moore. In de literaire traditie gevolgd door mensen als Jules Verne en H.G. Wells. In de jaren ?70- ?90 van de vorig eeuw kwam het toekomstverkennen sterk in de aandacht (Rapport van de Club van Rome; Werkgroep 2000).
Toekomstvoorspelling is nogal tricky; er zijn geen data van en daarmee tal van mogelijke opties niet in beeld. Daarom heet het vak inmiddels toekomstverkennen en wordt er gewerkt met scenario?s (de meervoudsvorm in deze zin is essentieel).
Er zijn diverse werkwijzen om een dergelijk gedachtenexperiment uit te voeren. Twee hoofdstromen zijn:
- de verwachtingswaarde beschrijven als gemiddelde, minimum- en maximum-variant;
- de verwachtingswaarde beschrijven vanuit verschillende, soms ook tegengestelde, uitgangspuntensets.
Het doel van de toekomstverkenning komt ?als het goed is- tot uiting in de organisatie ervan. Bijv.
- de deelnemers (zoek je de deelnemers vooral onder beleidsmedewerkers, onder de inwoners van een gemeente, enz.);
- de verkenningsprocedure (werk je vanuit het nu mogelijke toekomstbeelden uit ?forecasting- of vanuit een gewenst dan wel ongewenst toekomstbeeld terug naar hoe je strategie moet zijn om die bepaalde toekomst te bereiken dan wel te vermijden ?backcasting;
- het type eindresultaat (een foto per optie; of een film per optie);
Het proces van toekomstverkennen kan gauw 1 à 1½ jaar duren, waarbij diverse fasen worden doorlopen. Genoemd zijn het brainstormen, het structureren, het aankleden en het beschrijven.
Aanbevolen wordt om bij het toekomstverkennen vooral te variëren met de assumpties, rond die factoren die in ?ons? jargon de kritische faalfactoren heten. Bijv. onder aanname dat de hoogconjunctuur doorzet, kunnen we giga-villa?s laten bouwen. Maar: als de hoogconjunctuur wegvalt: hoe krijg je die giga-villa?s dan nog verkocht. Als je voor beide opties een scenario bedenkt, kun je strategieën gaan inzetten die optimaal zijn voor diverse potentiële uitkomsten.
Nicole Rijkens-Klomp leidde ons door een aantal oefeningen in het toekomstverkennen, zoals daar zijn
- de beeldenstorm (knip/scheur typerende beelden zoals foto?s of tekstkoppen uit kranten en tijdschriften en roep zo al werkende weg het beeld op waar het heen gaat met onze toekomst);
- het scenarioplot (bedenk een ?bijzondere gebeurtenis? zoals een terroristische aanslag; een milieuramp; een uitvinding en geef dmv de veelgeroemde gele stickers op een tijdslijn aan hoe het zich zou kunnen gaan ontwikkelen hierdoor).
- De future wheel methode (stel je een bepaald ?drijvend principe? voor bijvoorbeeld wijziging in de leeftijdsopbouw van de bevolking, globalisering, technologische ontwikkeling en doe een gedachtenexperiment welke consequenties dit heeft; ook hier wordt gewerkt met gele stickers maar dan in ?aandachtsvelden? aangeven hoe het uitpakt);
- De perspectievenopdracht (stel je een bepaald eindresultaat in de toekomst voor en werk uit hoe je vanuit de huidige situatie daar kunt komen, bijvoorbeeld in een hoedanigheid als milieufreak, als marktdenkersfreak of als regelneef).
In principe worden de bij de inleidingen horende powerpointpresentaties doorgestuurd naar de webmaster van de VSO-website, die ze op onze site zal zetten.
