Agenda

Werkconferentie 'Meer dan de wijk'. Advies ‘Stad en wijk verweven' (VROM-raad) en 'De wijk nemen' (RMO) centraal

[09-10-2009]

9 oktober 2009, Soesterberg

"Betrek ook andere schaalniveaus bij de wijkaanpak, zoals de buurt en stad. Er is immers méér dan de wijk."

Dat is, kort gezegd, het advies van de VROM-raad en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in hun recent uitgebrachte adviezen over het werken aan de wijk. Beide adviesorganen stellen dat door te schakelen tussen stad en wijk, groepen en sectoren te verbinden en initiatieven te verankeren, vermeden wordt dat de wijkaanpak een op zich zelf staand, versnipperd en ook vluchtig project blijkt te zijn. BeschrijvingNaar aanleiding van beide adviezen organiseren KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing en Nicis Institute in opdracht van de VROM-raad en de RMO op 9 oktober de werkconferentie ‘Meer dan de wijk’ over de wijk (en de relatie met de stad) en het wijkgerichte werken.

De twee adviezen van de RMO en VROM-raad zijn te zien als een brug tussen twee werelden: die van het beleid, aangestuurd door het bestuur en die van de werkvloer. De werkconferentie is er op gericht om beide werelden tot reflectie uit te nodigen, over de eigen praktijk en over die van de ander. Dit komt zowel in het plenaire programma als in de werksessies terug.

Doelgroep

De werkconferentie is bedoeld voor professionals in het veld (gemeente, corporatie, zorg, welzijn, markt, veiligheid en onderwijs), bestuurders en beleidsmakers.

Er zijn zeven werksessies tijdens de bijeenkomst. U kunt op de dag zelf kiezen aan welke werksessie u wilt meedoen. Daarbij geldt dat  vol, vol is, kom dus op tijd!

Aanmelden

Voor meer informatie en aanmelden zie website Nicis Institute. 

Programma

12:00 – 13:00  Ontvangst en lunch
13:00 – 14:00  Plenaire sessie: de twee adviezen centraal
Dagvoorzitter Pieter Hilhorst bevraagt Karin van Dreven VROM-Raad) en Anneke van Doorne- Huiskes (RMO) over de uitgebrachte adviezen. Daarnaast verzamelt hij reacties uit de zaal.
14:00 – 14:15  Pauze
14:15 – 15:45  Zeven werksessies (zie hieronder)
15.45  - 16.10  Pauze
16:10 – 16:30  Terukoppeling werksessies onder leiding van Pieter Hilhorst
16:30 – 16:55  Slotspreker: Jos van der Lans, cultuurpsycholoog en journalist/ publicist
16.55 - 17.00   Afsluiting door Pieter Hilhorst
17:00 – 18:00   Borrel

Workshops

1) Wijk en stad: schakelen

Inleiders: Ralph Embrechts (MOM-manager Tilburg)
Workshopleider: Annemiek Rijckenberg (lid VROM-raad)
Er is sprake van twee gescheiden beleidswerelden. Aan de ene kant is er een sterke focus op stad en regio, op ruimtelijk-economische kansen en op langetermijn investeringen (woningbouw, stedelijke voorzieningen, bedrijventerreinen, infrastructuur, groen). Aan de andere kant is er in het beleid een sterke focus op de wijk, op achterstanden en op investeringen in woning en woonomgeving, in leefbaarheid en in sociale vraagstukken.
Beide zaken zijn belangrijk, maar de huidige scheiding in het beleid is niet productief. Er liggen voor de maatschappelijke problemen in de wijken ook kansen op het hogere schaalniveau van stad en regio. Om de stad en de regio sterker te maken, is de kracht van de wijken ook nodig.
De vraag is nu hoe in het beleid en in de aanpak meer en betere relaties gelegd kunnen worden tussen wijk en stad. Wat betekent een dergelijke schakeling voor het wijkgerichte en het stedelijke beleid, voor de verhouding tussen het sociale en fysieke beleid, en voor de relatie tussen gebiedsgericht werken en sectoraal werken? Het kan ook niet zonder gevolgen zijn voor het wijkgerichte werken. Wat is de rol van de gemeente en van het maatschappelijk middenveld hierin? In deze workshop dus vragen van strategische aard.

2) Maatschappelijke problemen ontleed: analyse van de opgave

Inleiders: Jurjen van der Weg (gemeente leeuwarden) en Gerben Helleman (Haagwonen)
Workshopleider Hetty Linden (GGD Utrecht)
In wijken vinden we alle denkbare maatschappelijke problemen. Wijkgericht werken is bij uitstek geschikt om de complexiteit van deze problemen inzichtelijk te maken. “Frontliniewerkers” zijn hierin cruciaal: zij hebben de contacten, netwerken en – idealiter – kennis en ervaring om de problemen te ontrafelen. Het goed kunnen analyseren van problemen op wijkniveau betekent niet dat ze ook in de wijk dienen te worden opgelost. Oorzaken en oplossingen liggen soms, maar vaker niet op het niveau van de wijk.
De analyse van maatschappelijke problemen via wijkgericht werken is één ding, het zodanig organiseren van wijkgericht werken dat de aanpak ook op een ander schaalniveau kan plaatsvinden een ander. Deze werksessie gaat over het bevorderen van goede analyses in het wijkgericht werken: van probleem en van de aanpak. Hoe ontleed je de maatschappelijke opgave in zijn complexiteit en hoe voorkom je tunnelvisies in de aanpak?

3) Zin en onzin van visievorming

Inleiders: Niko Paap (gemeente Amersfoort)  en Bert Sekeris (sociaal projectleider Oud-Krispijn, Dordrecht) 
Workshopleider: Koos van Dijken (Nicis Institute)
Er lijkt geen tekort aan visies te bestaan. Elke gemeente beschikt er over vele: gebiedsgerichte visies, sectorale visies, themagewijze visies. In deze visies wordt uiting gegeven aan ambitites en de wens tot daadkracht: de lat wordt vaak hoog gelegd. Bij de vertaling van visies naar programma’s en projecten lijken er wel eens ambities tussen wal en schip te vallen. Soms botsen ambities met elkaar. De condities om de ambities tot uitvoering te brengen zijn niet altijd aanwezig.
De vraag is nu in welke mate er visies nodig zijn om gericht te kunnen werken. Hoe verhouden de wijkgerichte visies en sectorale visies zich tot elkaar? Hoe zorg je dat een gedeeld verhaal over de wijk ook past in het verhaal over de stad? Hoe zorg je dat de verhalen over de stad ook doorwerken in visies op de buurt en de wijk? Wat kun je doen om de doorwerking van visies in de aanpak en het gericht werken te vergroten?

4) Binden van burgers

Inleiders: Piet Huiskens (De Werkplaats) en Judith Metz (sr. onderzoeker Drechtsteden)
Workshopleider: Nico de Boer (Nico de Boer)
Bewoners hebben belang bij hun directe woonomgeving maar heel hecht is hun band met de wijk doorgaans niet. In het wijkgericht werken wordt de sociale samenhang in een wijk dikwijls overschat. Tegelijkertijd is het zo dat er sprake is van ruimtelijke uitsortering: verschillende groepen komen minder met elkaar in contact. Vanuit dat oogpunt is het belangrijk om verbindingen tussen groepen bewoners, en daarmee enige sociale samenhang, te stimuleren.
In het streven naar sociale samenhang via wijkgericht werken tekent zich een dilemma af. Enerzijds is het belangrijk om plekken van ontmoeting voor burgers te organiseren. De wijk lijkt daartoe geschikt: de wijk is dichtbij de leefwereld van de burger, elke burger heeft wel ergens een belang bij de wijk, en op het niveau van de wijk kan de vorm van ontmoeting afgestemd worden op de lokale situatie. Anderzijds is het belangrijk om burgers niet per definitie op het niveau van de wijk met elkaar in contact te brengen. De leefwereld van burgers is immers niet beperkt tot de wijk, om segregatie te doorbreken is juist het stedelijke perspectief van belang, en burgers zelf nemen ook initiatieven die weinig of niets met hun wijk te maken hebben. Kortom, in het wijkgericht werken is het een zoeken naar verbinding tussen bewoners in de wijk, zonder dwingend te zijn in de wijkmal. Deze werksessie gaat over de mogelijkheden en grenzen van het verbinden van burgers op het schaalniveau van de wijk en daarbuiten.

5) Ruimte voor de nieuwe professional

Inleiders: Rob Kievitsbosch (alg. directeur dienst OCSW gemeente Groningen) en Bart Lammers (zelfstandig adviseur Bureau Ruyterveer)
Actiegericht en doortastend – professionals vanuit de volkshuisvesting, veiligheid, welzijn enzovoort, blijken met de wijk een geschikt werkgebied te hebben gevonden. De professional werkzaam in de wijk is goed in staat netwerken op te bouwen, continuïteit te realiseren in de onderlinge vertrouwensrelaties en die met bewoners, en zij kunnen met hun vakinhoudelijke kennis goed verwoorden wat de problemen zijn en daarop reflecteren buiten de gegeven kaders van hun vak. Bovendien realiseert de professional in de wijk dikwijls creatieve oplossingen voor complexe problemen. Het optimaal benutten van dit werkterrein is echter geen gegeven. Het goed op elkaar laten aansluiten van wijkgericht- en sectoraal werken vereist specifieke competenties van de professional en een goede inrichting van de organisatie. Bestuurlijke drukte en projectencarrousels doen (ondermeer) afbreuk aan de vermogens van frontliniewerkers. In deze werksessie gaan we in op het tot stand brengen van duurzame projecten en werkrelaties zijn.

6) Stedelijkheid & het belang van de plek

Inleiders: Endry van Velzen (directeur/ architect De Nijl Architecten) en Ed Dammers (Planbureau voor de leefomgeving)
Workshopleider: Arnold Reijndorp (VROM-raad)
Wijken kunnen aan kracht winnen door investeringen in stedelijkheid. Voorzieningen zijn daarin belangrijk, omdat zij zowel verbinders als dragers van identiteit kunnen zijn. Daarnaast zijn voorzieningen plekken van ontmoeting en verrassing en bieden ze ruimte voor sociale stijging. Maar ook veel hangt af van de plek; niet overal is het mogelijk een betekenisvolle voorziening te creëren.
In deze workshop staat de vraag centraal hoe voorzieningen plekken van ontmoeting en verrassing kunnen worden. We hebben hierbij niet alleen aandacht voor het ontwerp, maar ook voor het gebruik van voorzieningen. Vragen zijn: hoe zorg je dat plekken van ontmoeting ook plekken van verrassing worden? Wat draagt meer bij aan stedelijkheid het combineren van functies (zoals nu veel gebeurt in multifunctionele accomodaties) of juist het campus-model? Hoe slim de locatie van een voorziening te kiezen? Welke voorzieningen dragen het meeste bij aan ontmoeting tussen groepen en onder welke voorwaarden? Welke lessen zijn te trekken uit onderzoek en praktijkervaringen?

7) Verbinden en verankeren
Inleiders: Martien Kromwijk (voorzitter RvB Woonbron)
Workshopleider: Vincent Smit (VROM-raad)
Om ruimte te geven aan sociale stijging is het noodzakelijk te verbinden tussen sectoren en projecten in programma’s te verankeren. Maar dit kan op vele manieren. In het advies van de VROM-raad zijn elf strategieën hiervoor benoemd. Te denken valt aan het beter benutten van bestaande voorzieningen, het specifieker koppelen aan onderwijs en arbeid, aan een bredere taakopvatting aan maatschappelijke organisaties, aan het wijkoverstijgend maken van buurtinitiatieven en aan de kansen van de nieuwe media voor verbindingen (internet, mobiele telefoon).
Welke zijn het meest kansrijk, wat zijn daarbij succes- en faalfactoren? Wat is mogelijk de rol van de diverse spelers? Welke strategieën leveren het meeste op; hebben de meest duurzame resultaten? Locatie Kontakt der Kontinenten te Soesterberg

Voor meer informatie en aanmelden: zie website Nicis Institute

 


link naar overzicht

Toegevoegd door:
onbekend - 30-11-1999 00:00
naar boven ^